marl

De journalist als Übermensch

Vroeger, toen de gulden nog van hout was en seks met kinderen heel gewoon, hoefden journalisten alleen maar stukjes te schrijven. Natuurlijk moesten ze ook de machthebber controleren, en meer van dat soort democratische ongein, maar the core business bleef het schrijven van stukjes.

Eén en ander is veranderd. Dat is me duidelijk geworden bij een niet nader te noemen journalistieke opleiding die hip en multimediaal wenst te zijn. De journalist van de 21e eeuw is een alleskunner, een hybride Übermensch die alle aspecten van het journalistieke spectrum in zich verenigt. Hij gaat niet de deur uit zonder Canon EOS 400D, DVCAM en Powerbook. Monteren doet ‘ie op weg naar huis tussen twee telefonische interviews door. Hij spuugt op de geschreven krant en zijn vrije tijd – die hij liever niet heeft- doodt hij met het bijhouden van tweehonderd blogs, inclusief zijn eigen.

Aanvankelijk schrok ik van dit beeld. Hoewel leuk, afwisselend, vernieuwend en uitdagend, kon ik mezelf niets anders dan een faliekante mislukking toedichten. Desondanks slaagde ik erin om aan het idee te wennen. Begon er de lol van in te zien en was klaar voor de ommekeer. Stoer dacht ik bij mezelf: Dood aan de gedrukte tekst! Ik zal voortaan multimediaal denken!

Totdat ik er op een kwade dinsdag achter kwam dat het daar helemaal niet bij ophoudt. De nieuwe hippe webjournalist gaat verder en moet nog meer rollen kunnen aannemen. Dat werd me duidelijk gemaakt door Peter de Jong toen hij sprak over The Dark Side: de commerciële kant van de journalistiek. Tot voor kort was The Dark Side het terrein van snelle marketingjongens en uitgeversbonzen, maar helaas moet de journalist er nu ook aan geloven, zo legde De Jong uit.

In het land van The Dark Side is de zoekmachine heerser, en iedereen dient zich aan zijn wetten te onderwerpen. Ook de argeloze journalist. Wil je gelezen worden, dan moet je de markt doorgronden en je journalistieke product daar aan aanpassen. Hoe? Door vooral geen metaforen en figuurlijkheden in de titel te gebruiken (liefst helemaal nergens), want daar snapt koning Google niets van. Subtiele taalvondsten moet je thuislaten en het synoniemenwoordenboek, tot voor kort het meest dierbare bezit van iedere schrijver, kan de deur uit. Bovendien moet iedere zichzelf respecterende webjournalist zich laten leiden door zijn webstatistieken, waarin wordt bijgehouden welke zoektermen worden gebruikt om op zijn site te komen.

In een wereld die constant in oorlog is om pageviews, worden artikelen aangepast op het zoekgedrag van webgebruikers. Niets nieuws onder de zon? Jawel, het is immers weer een uitbreiding op de functieomschrijving van de journalist. Misschien wen ik daar op den duur ook wel aan. Tot die tijd houd ik me vast aan het idee dat er één groot alternatief is voor de Alleskunnende en Alleswetende Webjournalist, namelijk de Zeer Specialistische Specialist. Ik moest maar weer eens mijn kennis bijspijkeren over het paargedrag van de met HIV besmette West-Bengaalse dwergmarmot.

  • 28 January 2007
  • , Marl Pluijmen

reageer