Gisteren gaf ik een huisgenoot Het jaar dat ik dertig werd van Aaf Brandt Corstius te leen. Dat is dat meisje dat zo’n plezierige stukjes schrijft in NRC Next. Bovendien ‘dochter van’, ‘zus van’, en sinds gisteren weet ik ook ‘ex van’.
Toen een andere huisgenoot (die veel meer leest en veel meer weet) dat zag, zei hij achteloos: dat boekje gaat toch over haar relatie met Grunberg? Ik was met stomheid geslagen. De hele wereld wist het al, maar niemand had het mij ooit verteld. Aaf en Arnon. Arnon en Aaf. Meneertje Knipperlicht is Arnon. Alles viel op zijn plaats.
Die Meneertje Knipperlicht leek me altijd al een toffe peer. Ik wist alleen niet goed waarom, want hij liet de sympathieke Aaf, die het liefst lekker op de bank zat en massa’s kinderen kreeg met Meneertje, keer op keer in de steek. En dat was eigenlijk heel gemeen.
Maar nu snap ik het. Het was per slot van rekening Arnon. Als twee helden bij elkaar komen, bevestigt dat een overtuiging. Als Jonathan Safran Foer wekelijks koosjer zou dineren met Leon de Winter zou ik aan mij zelf gaan twijfelen. Als D66 een fusie beoogde met de SGP, zou ik mij behoedzaam achter een oor krabben. Maar als Arnon en Aaf jarenlang de liefde hebben bedreven, dan sterkt mij dat. Dan kan ik zeggen: ik zat goed.
Ik dacht namelijk altijd al dat de humor van Aaf de vrouwelijke versie is van de humor van Arnon. Natuurlijk, de mannelijke vorm is superieur, maar Aaf grapt hier en daar toch ook niet onverdienstelijk mee. Wat zullen ze gelachen hebben met zijn tweeën!
Nu is het uit. ‘Mijn goede voornemen is geen vier jaar van mijn leven besteden aan een uitzichtloze relatie’, schreef Aaf ooit. Gekke Aaf. Nu is ze geloof ik met Gijs Groenteman. Inderdaad, de zoon van.