Even was ik weer achttien en op zoek naar een kamer in Utrecht. Zonder fiets en zonder enig benul van openbaar vervoer, maar met plattegrond waar ik geen chocola van kon maken. Ik vervloekte mezelf omdat ik niet eerder begonnen was met de helse zoektocht naar kamers, ik vervloekte onfrisse huisbazen met hun schurftige kamers en het gebrek aan aanbod. Dat deed ik nu ook.
Sommige wijze mensen vinden de reis belangrijker dan de bestemming. In het geval van onze flat hunting gaat dat niet op. Onze zoektocht was hels (achteraf lachen we daar natuurlijk om), maar het eindpunt des te plezieriger: een vet studiootje voor ons tweetjes, klein doch superdeluxe in een prachtige villawijk, midden in het dorp.
En dan heb ik niet eens verteld van de wijnvelden, de bergen, de zon, de prachtige campus, onze flexe mountainbikes, de keramische kookplaat, magnetron en oven.
Hoewel ons complex op de ‘green route’ ligt – dat betekent dat het er ‘s avond ontzettend veilig is – tref je een groot hek bij binnenkomst. Een hek tegen de negers, want zo gaat dat hier. Wellicht terecht, dat weet ik niet. Een (uiteraard witte) mevrouw van een kamerbemiddelingsbureau vatte het even voor ons samen: “Ik was geen racist, ik ben het geworden.” Twintig jaar geleden was alles beter. Nu heeft ze een bunker om zichzelf gebouwd om zich te beschermen tegen de boze zwarte buitenwereld. Er is al een paar keer ingebroken, zelfs toen ze thuis was. Je wordt er paranoide van, zegt ze. En dat betreurt ze. Haar dochter is wiskundelerares op een public school, maar de zwarte leerlingen maken het lesgeven onmogelijk. Ze zou ze het liefst over het balkon willen helpen. Bij wijze van spreken, maar dat spreekt…
Stellenbosch is natuurlijk helemaal geen Afrika. Het is een academisch walhallah van bevoorrechte Afrikaners. Blank of zwart, de studenten zijn jong, hip en beeldschoon. Ze lijken te zijn weggelopen uit een Californische Highschool-soap.
De negers maken schoon en wijzen je parkeerplekken.
Alles is mooi in dit gekunstelde dorp. En dat maakt het ook zo schrijnend.
Namibisch grapje (Uit: Solitaire, Ton van der Lee):
Wat is het verschil tussen een toerist en een racist?
Antwoord: zes weken