marl

Luctor et emergo

Het was nooit leuk. Het is niet leuk. Het zal nooit leuk worden. Zelfs niet in een zonovergoten oord waar de wijn rijkelijk vloeit, de zee aan je voeten ligt en meer van zulks.

Nu Ennemaaik zich kwetsbaar heeft opgesteld, durf ik dat ook. Vroeger, voordat het verderfelijke BaMa-systeem het hoger onderwijs zou devalueren, had je de tijd om te studeren. Tijd om je propedeuse te halen en tijd om je scriptie te schrijven. Ik had al niet meer de tijd zoals mijn broer die had, maar toch was de tijd er, mits je die zelf bekostigde of bij elkaar leende. Scripties waren ‘een proces’ om op theoretische dwaalsporen te raken, die uit te diepen en maandenlang werk te verrichten zonder daar iets van terug te zien op papier. Eerlijks is eerlijk, je kon schaamteloos lui zijn.

Een jaar of drie geleden schreven we allemaal scripties. Er waren een paar ongeschreven wetten die iedereen opvolgde als we elkaar buiten de bieb zagen. Zo mocht het S-woord niet te vaak in de mond worden genomen en als iemand zijn ellende met je deelde, mocht je alleen maar begrijpend knikken en vooral geen tips geven. Hooguit kon je zeggen: het is een proces, het hoort erbij, het komt goed. Je begreep elkaar en leefde mee. Je stelde ook nooit de vraag: doe je nog iets anders naast je scriptie? Want dat was laag bij de grond en gemeen bovendien.

Inmiddels zijn veel van die alfa vriendjes en vriendinnetjes afgestudeerd en verbazingwekkend goed terecht gekomen. Scripties zijn iets van het verleden en dus vergeten (zodat al wat rest een gelukkig leven van verjaardagspartijtjes is). Ze betraden de arbeidsmarkt op scholen, bij politieke partijen en congresbureaus en timmeren nu lustig aan wegen.

Omdat de arbeidsmarkt nog niet klaar was voor mij, ging ik nog een jaartje zo’n kekke master doen. Maar zelfs in zo’n kekke master komt het punt dat er een scriptie geschreven moet worden. En behalve mijn directe studiegenootjes is er nu niemand meer, die het S woord mijdt, oprecht meeleeft en begrijpend knikt. Want zij zijn een stuk verder.

Stevig ingesnoerd in het BaMa-keurslijf komt daar ook nog eens de tijdsdruk bij. Goed, dat is misschien maar beter, want dan kan de ellende nooit langer dan drie maanden duren, maar toch. Drie maanden is weinig, vooral voor iemand als ik die, anders dan mijn sollicitatiebrieven doen vermoeden, langzaam denkt en schrijft.

Mantra:
Het is een proces, het hoort erbij, het komt goed.
Het is een proces, het hoort erbij, het komt goed.
Het is een proces, het hoort erbij, het komt goed.
Het is een proces, het hoort erbij, het komt goed.
Het is een proces, het hoort erbij, het komt goed.
Het is een proces, het hoort erbij, het komt goed.

Enfin. Ik ga voor het zesje.

  • 28 March 2007
  • , Marl Pluijmen

reageer