marl

Of ben ik een zwartkijker?

Volgens Arendo Joustra zijn journalisten per definitie onvolledig en doen ze het nooit goed. Het is een mooi sluitstuk op het gevoel dat ik aan deze master heb overgehouden. Hoewel het nooit de bedoeling kan zijn geweest van de heren en dames die me probeerden op te leiden in Leiden, heb ik namelijk nogal wat vertrouwen verloren in de journalistiek. Op veel terreinen.

Bij Retorica en Argumentatie werd ik ingeleid in de smerige trucs die iedere taalgebruiker tot zijn beschikking heeft. Niet alleen politici, maar ook journalisten. Hoe beter ik het analyse-apparaat onder de knie kreeg, des te meer viel me op dat er maar weinig wordt geargumenteerd in deze wereld.

Bij Bronnenonderzoek lazen we over de grote macht van voorlichters en pr-medewerkers, en over de manier waarop een handjevol bronnen iedere dag het nieuws domineert. Ook werden we gewezen op de meestal niet zo chique manieren waarop journalisten selecteren, citeren en retorische middelen toepassen. Hoewel wij werden opgeroepen om het allemaal anders en beter te doen, bleef ik achter met een kater. Mijn docent verwarde dat overigens met een existentiële journalistieke crisis. Dat vond ik wat overdreven.

Bij Publiek en Nieuwe Media werd ons haarfijn uitgelegd dat de geschreven pers morsdood is. Wie mee wil delen in de advertentieopbrengsten, moet vat krijgen op de Postmoderne Media Consument (lees: je twaalfjarige nichtje dat al pizza-etend en msn-end naar Onderweg Naar Morgen kijkt, terwijl ze zachtjes meeneuriet met Shakira). Inspelen op een mediagebruiker waar je jezelf niet in wilt herkennen, komt me voor als een bedroevende opgave.

Voor Interculturele Communicatie las ik Het zijn net mensen van Joris Luyendijk. Hoewel ik mezelf niet naïef wil noemen, heeft de ietwat aandoenlijke Zomergasten-presentator mijn beeld van de waarheid zoekende Midden-Oosten correspondent (ooit leek dat het hoogst haalbare) definitief veranderd. Het duurde enkele dagen voordat ik weer een krant durfde in te kijken, zonder dat er alarmbellen gingen loeien bij elke letter over het Midden-Oosten.

Ten slotte hadden we in de multimediamaand ook nog enkele gastsprekers, die ik eerder al uitgebreid heb toegelicht. Met als klap op de spreekwoordelijke vuurpijl iemand die vindt dat je het als journalist nooit goed kunt doen, maar dat dat altijd beter is dan helemaal niets doen. Een hele opsteker.

Dit alles in ogenschouw nemend, is het niet raar dat van het rijtje Veronica Guerin (“een beetje naïef”), Woodward en Bernstein (“een flinke dosis geluk”) Robert Wiener (“arrogant baasje”) en Steven Glass (“meesteroplichter”) de laatste het meeste indruk op mij heeft gemaakt. Je zou er haast een beetje cynisch van worden.

  • 14 February 2007
  • , Marl Pluijmen

reageer