marl

Sterre het saunakind

Behalve een buslading verlepte bejaarden waren er ook twee kinderen in de sauna. Met paps en mams. Alsof het de gewoonste zaak van de wereld is dat je als jong gezin samen naar de sauna gaat.

Tot gisteren verkeerde ik in de veronderstelling dat het leven van een puberend meisje door twee emoties wordt beheerst: a) schaamte voor het eigen lichaam en b) schaamte voor (het lichaam van) de ouders. Dat idee blijkt hopeloos achterhaald. Dochterlief was een jaar of dertien, begon net borsten te krijgen, maar voelde zich volkomen op haar gemak tussen al dat disfunctionele naakt.

Ze maakte de ene na de andere bijdehante opmerking tegen de jongen die het eucalyptuswater op de hete kolen gooide. Hij, de kwaadste niet, grapte vrolijk terug in zijn blote snikkel, zoals hij dat altijd doet. Verlepte bejaarde of strak bijdehand pubermeisje, klant is immers klant.

Het was niet zozeer de schaamteloosheid van het kind, maar vooral de trots in moeders ogen. Ik vermoed dat ze zelf emotioneel zwaar te kort is gedaan in haar jeugd, en zich na jaren strijd heeft weten te bevrijden van een preuts gereformeerd juk. ‘Ze maakt zo makkelijk contact, onze Sterre’ zag je haar denken, toen het kind zich als een volleerd bejaarde met zeezout inscrubde en volwassen opging in het saunaritueel.

Sterre bezoekt waarschijnlijk vanaf het moment dat ze kon poepen nudistencampings in Frankrijk en vrije scholen in Zeist. Wellicht is het mijn dorpse afkomst, wellicht een vorm van jaloezie, maar ik trek dat soort kinderen erg slecht. Doorgaans geldt dat er te veel naar ze geluisterd wordt. En als ik ergens bulten van krijg, dan zijn het wel kinderen waar te veel naar geluisterd wordt.

Mijn buurt wordt er ook door bevolkt. Kinderen die niet beter weten dan dat de fiets is afgeleid van de bakfiets en niet andersom. Kinderen die op jonge leeftijd hun ouders retorisch de baas kunnen, simpelweg omdat die dat toestaan. Geen greintje verlegenheid, geen greintje schaamte.

Noem me ouderwets, maar kinderen past een geringe vorm van verlegenheid, een lichte vorm van schaamte. Niet zozeer voor het eigen lichaam, maar toch op zijn minst voor mensen in het algemeen. Dat maakt kinderen van niet-yuppen ook zo lief als ze wegkruipen achter vaders knie.

In de sauna kon ik me dan ook prima vinden in de woorden van een knorrige vrouw van middelbare leeftijd, die bij het zien van Sterre en haar broertje bromde: ‘Het is hier potdomme geen zwembad’. Daarmee verwoordde ze de moraal van het verhaal, namelijk dat kinderen niet in een sauna horen. Punt.

  • 18 January 2008
  • , Marl Pluijmen

reageer